als pdf downloaden

ONS ALLER PROBLEEM: DE MEDEMENS (Over het wederzijds onbegrip in menselijke relaties) - 1991
Aan dit boek ligt de opvatting ten grondslag dat wederzijds onbegrip in menselijke relaties niet toevallig ontstaat en evenmin als iets uitzonderlijks kan worden beschouwd,
omdat de diepere wortels ervan samenhangen met de aard
van de menselijke natuur.

De auteur ontwikkelt een theorie waarin verband wordt
gelegd tussen enerzijds het menselijk kenvermogen (dat samenhangt met taalontwikkeling) en anderzijds angst en onzekerheid, die de keerzijde zijn van de bijna
onbegrensde menselijke mogelijkheden. Centraal staat
verder de gedachte dat theorievorming die rekenschap
geeft van het algemeen geldigevan allerlei complicaties in menselijke communicatie, juist door het hoge abstractie-
niveau op een indringende manier praktijk relevant kan zijn. Diep gewortelde problemen laten meestal geen eenvoudige oplossing toe, maar het besef van de ware aard ervan stelt in staat tot relativering, die praktische consequenties met zich
meebrengt.

LEREN DOCEREN (Een persoonlijkheidstheoretische
benadering van onderwijs- processen) - 1970

Is doceren een vak, dat ieder kan leren of een kunst,
waarvan de beoefening staat of valt met de persoon van
de docent? Het antwoord dat de auteur geeft, houdt in dat
beide opvattingen bestaansrecht hebben. Hun
tegenstrijdigheid wordt kleiner, naarmate men de
processen die bij het doceren verlopen, scherper
onderkent.

Theorie en praktijk van die processen staan centraal in
dit boek. Bij de analyse van die processen introduceert
Van de Griend hier de aan Andras Angyal ontleende
begrippen homonomie en toenemende autonomie als
de twee grondtendenties waarin alle menselijk is
samengevat.;

terug naar publicatie pagina